Restauratie

In de restauratiegeschiedenis is beschreven wat een kernprobleem van het gebouw is en blijft: vocht.

Restauratie

In 2004 heeft  het ingenieursbureau Lichtveld Buis en Partners in opdracht van het parochiebestuur een uitgebreid onderzoek gedaan naar de aantasting van het kerkgebouw. Er zijn metingen gedaan van de temperatuur en de luchtvochtigheid in het gebouw, er is onderzoek gedaan naar de grondwaterstand en het zout in de bodem, en er is onderzocht in hoeverre vocht door de gevel heen komt. Het afschilferen van  pleister-,  tegel-,  en schilderwerk is het gevolg van kristallisatie van zout op het oppervlak of net tussen materialen in. En dat zout wordt door vocht getransporteerd.

Het vochtprobleem heeft verschillende oorzaken:

Wat de schade in het plafond van de kerk betreft gaat het in hoofdzaak om vocht dat vóór de restauratie in de jaren tachtig naar binnen is gekomen (waardoor zout in het metselwerk loskwam). Dat was deels door lekkage (later gedichte lekken hebben water doorgelaten dat er heel lang over heeft gedaan om te drogen) en mogelijk ook door bluswater van een dakbrand in 1980. Bovendien is niet de hele buitenkant gerestaureerd in de tachtiger jaren.

 

  

Vochtschade aan de onderzijde van het gebouw wordt veroorzaakt door optrekkend grondwater en bodemvocht

De zouten die de schade hebben aangericht zijn sulfaten, waarschijnlijk afkomstig uit steen en mortel van het mestelwerk.

Waterafstotende behandeling aan de bovenzijde van het gebouw tijdens de restauratie in de jaren tachtig heeft misschien op de ene plek geholpen, op de andere plek het probleem juist verergerd. Geen oplossing dus.

Injectie van een vochtwerend (hydrofoberend) middel kan mogelijk wel helpen tegen optrekkend vocht.

 

   

Wat de buitenzijde betreft: heel veel voegwerk moet worden vervangen door een speciaal materiaal (sulfaatbestendig!) en algen en mos moeten worden weggeborsteld.

Dat geldt voor het gevelmetselwerk vanaf maaiveld tot de eerste goot van het hele kerkgebouw, het metselwerk van de steunberen over de gehele hoogte, het gevelmetselwerk van het zuidtransept, een deel van het gevelmetselwerk boven de bovenste goot en het metselwerk van de balustrade (rondom de goten). Ook de gootconstructie moet onder handen worden genomen.

 

 

Aan de binnenzijde van de kerk moeten de aangetaste delen worden gerestaureerd:

bladderende lagen moeten worden verwijderd, en dat geldt ook voor zouten aan de oppervlakte.

Ook hier moet worden gerepareerd met een sulfaatbestendig bindmiddel.

Nieuw pleisterwerk en verf moeten doorlatend zijn, “ademend”.

Aangebrachte betimmeringen (portaal, dagkapel)  moeten worden weggehaald.

 

  

Ook wordt geadviseerd om voor een stabieler klimaat te zorgen: een ander verwarmingssysteem en meer gebruik van ventilatie als de kerk gevuld is (waarbij dan weer voorkomen moet worden dat vogels binnenvliegen).

 

U begrijpt wel dat voor de restauratie die komen gaat en die deels al begonnen is veel geld nodig is. Het parochiebestuur reserveert hiervoor al lange jaren. We hopen dat ook het Rijk (Rijksdienst voor cultureel erfgoed) en gemeente de restauratie zullen steunen.

De komende tijd zullen wij u mede via deze site op de hoogte houden van de restauratieplannen, het ondernomen werk, de kosten en wat wij al binnen hebben.

« VorigeContactLinksNaar Boven

Deze site is gemaakt door www.KerkWeb.com