Presentatie van de kerk

Bij gelegenheid van het 125-jarig jubileum van de kerk, in 2004, hield Hans Altenburg (parochieblad) een interview met Piet Heijmink Liesert, auteur van een boek over de MichaŽlkerk. Het interview kan goed dienen als een historische presentatie van de kerk.

Presentatie van de kerk

We beginnen bij de architect, Alfred Tepe, die leefde van 1840 tot 1920. Hij ontwierp een kerk in neogotische stijl, die aansluit bij de gotiek van het Duitse Nederrijngebied. Om preciezer te zijn, de kerk is een neogotische kruisbasiliek. Een basilikale bouwvorm betekent dat het middenschip hoger is dan de zijbeuken en bovenin eigen vensters heeft. De vorm van het kruis komt tot uitdrukking door de boven de lagere zijbeuken oprijzende middenbeuk, die doorsneden wordt door een even hoge dwarsbeuk.

De kerk werd gebouwd in de jaren 1877 tot 1879, maar het is minstens zo interessant dit feit te plaatsen in de context van die eeuw. In 1798 kregen de rooms-katholieken door het afkondigen van de vrijheid van godsdienst weer toestemming om kerken te bouwen. De echte emancipatie begon echter pas in 1853 toen de bisschoppelijke heerschappij weer werd hersteld; de katholieken wilden vanaf dat moment er echt iets van maken, ze wilden gezien worden. Bouwkundig gezien was er echter geen traditie meer. Pierre Cuypers was de bouwmeester uit Zuid-Nederland, Alfred Tepe, een in Duitsland opgeleide architect werd door het bisdom Utrecht aangetrokken voor het ontwerpen van hun nieuwe kerken. Hij heeft er uiteindelijk 70 ontworpen!

Tepe tekende a.h.w. de buitenkant; hoe zat het met de binnenkant, de inrichting van het gebouw?

Een tweede belangrijke persoon in de geschiedenis van het kerkgebouw is Willem Mengelberg, die leefde van 1837 tot 1919. Hij maakte voor de kerk een totaalplan voor de versieringen, de schilderingen en de inrichting. Het bijzondere is dat alle onderdelen van zodanige afmetingen zijn dat zij met elkaar en met het gehele interieur ťťn harmonisch geheel vormen. De realisatie van het plan heeft uiteindelijk 20 jaar geduurd, en daarbij is de factor geld van groot belang!

Bij aanvang van de bouw en de realisatie van de inrichting was aanvankelijk veel geld beschikbaar binnen de Schalkwijkse gemeenschap. Zo had men veel geld gekregen voor de grond die werd verkocht ten behoeve van de aanleg van de spoorlijn en de afkoop van de eeuwigdurende doorsnijding van de landerijen. Ook was er door verschillende oorlogen in die tijd een relatief graantekort. De Schalkwijkse boeren sprongen hier op in, en verdienden hier veel geld mee. Voeg daar de katholieke emancipatiegolf aan toe, en je ziet het geld richting kerk rollen!

De kerk werd - mag je toch wel zeggen - een pompeus gebouw binnen dit kleine dorp; het feit dat er veel geld was, kun je ook aflezen aan de veelkleurige beschildering van de kerk, en aan het feit dat zeer veel voorwerpen geschonken zijn: de preekstoel, de gebrandschilderde ramen, de communiebanken, het triomfkruis, de apostelbalk. Overal kun je de namen van de schenkers tegenkomen. In het begin van de 20e eeuw raakte het geld op; de bedoelde gebrandschilderde ramen bleven uiteindelijk uitgevoerd in witglas, zoals in de kerk te zien is.

Het gegeven dat Schalkwijk relatief zo katholiek georiŽnteerd is, is dat enkel te verklaren vanuit sociologische motieven, bijvoorbeeld dat men naar elkaar toetrekt om de eigen identiteit te bewaren?

Dat is natuurlijk niet uit te sluiten, maar ik zie een aantal andere redenen. Ten tijde van de Reformatie was hier een pastoor werkzaam in een relatief conservatieve parochie; men wilde niet zomaar naar het 'nieuwe geloof' overstappen. Dit gegeven heeft misschien wel zijn wortels in het ontstaan van het dorp Schalkwijk.

In de 12e eeuw was hier een moerassig gebied, dat ontgonnen moest worden. De kolonisten werden gelokt door hen de te beloven dat ze zich konden vestigen als "vrije mensen" i.p.v. de status van horige te moeten aannemen. Aan de oorsprong van het dorp ligt dus een gemeenschap van vrije, zelfstandige en eigenwijze bewoners, die niet zomaar zich lieten overhalen om de Reformatie te omarmen; men bleef gewoon katholiek, al had dat wel tot gevolg dat men vieringen moest houden in schuilkerken. De vrije identiteit van het dorp kwam weer tot uiting in de grootte van de kerk, en misschien nu nog steeds binnen al datgene wat in onze dorpsgemeenschap georganiseerd wordt, en of hoe we ons opstellen in discussies met de overheid: als een zelfbewuste gemeenschap.

De kerk zoals we die nu zien, heeft niet meer het originele interieur?

Het Tweede Vaticaans Concilie had grote gevolgen voor de liturgie, al was het maar dat de priester niet meer met zijn rug naar de mensen stond bij het hoofdaltaar. Het altaar werd in de gemeenschap geplaatst. In 1964 werd een begin gemaakt met de herinrichting van het interieur, en ik kan niet anders zeggen dat dat op een zeer harmonieuze manier is gedaan. De aanpassingen hadden eerst een tijdelijk karakter; zo was het altaarpodium van hout en met vloerbedekking belegd. In 1986 en 1987 volgden onder regie van de Utrechtse architect Theo van Gendt de definitieve aanpassingen, met een hardstenen altaarpodium, de aanpassing van de kerkvloer voor in de kerk, het verplaatsen en herplaatsen van beelden en de preekstoel. Ook het Bštzorgel werd in gebruik genomen, dat in de plaats kwam van het orgel op de koorzolder boven het portaal in de toren. Let op de figuur van koning David boven op het orgel; voor een katholieke kerk is dit uniek. Het heeft natuurlijk te maken met de oorsprong van het orgel: het werd gebouwd voor een hervormde kerk.

Maar die plek was toch ook niet de oorspronkelijke plek van het orgel?

Het oorspronkelijke orgel met ruimte voor het koor zat aanvankelijk op een soort balkon in de noordelijke zijbeuk. De toegangsdeur beneden is nog aanwezig; daarachter zat een wenteltrap naar dat balkon. De oorspronkelijke deur boven kun je a.h.w. nog zien achter de verkleuring in de verf. Om die reden is daarboven ook een afbeelding geschilderd van Paus Gregorius de Grote, een grote hervormer van de liturgie en beschermheilige van de katholieke kerkmuziek.

Leuk detail om te vermelden is, dat na de verwijdering van deze oorspronkelijke koorzolder in 1931 er een biechtstoel voor de toegangsdeur stond. Tijdens de oorlog was dit dus een perfecte bergplaats voor radio's en koperwerk, die eigenlijk ingeleverd hadden moeten worden bij de Duitse bezetter.

In het begin van de dertiger jaren vond er al eerder een grote restauratie plaats. De kerk was aan het verzakken en het woord "sloop" was al eens gevallen! De hele kerk werd leeggehaald en een nieuwe fundering rondom de pilaren aangebracht. Op een enkele plaats is nog te zien, dat een pilaar nog steeds niet in het lood staat.

 

Piet, we hebben het voornamelijk over het gebouw gehad. Er valt vast het een en ander te zeggen over het interieur en een aantal bijzondere objecten.

De altaren zijn van grote schoonheid. Zo zit in het Maria-altaar een paneel van het laatste avondmaal. Dit is afkomstig uit de vorige parochiekerk van Schalkwijk en dateert uit de 18e eeuw. Het hoogaltaar is geheel uit hout vervaardigd door Wilhelm Mengelberg in 1888, en is rijk gedecoreerd met lijdenstaferelen, de 12 apostelen, een pelikaan die haar jongen voedt als symbool voor het geloof. Ook is er een voorstelling van Christus bij het Laatste Oordeel. Het rechter altaar is het Jozefaltaar dat tevens Michaelaltaar is. De luiken werden in vasten- en adventstijd gesloten; de achterzijden van de luiken zijn om die reden ook beschilderd met afbeeldingen van heiligen.

De preekstoel is niet alleen fraai uitgevoerd, er zijn ook een paar bijzondere feiten te vermelden. Er zijn 4 taferelen aangebracht uit het leven van de heilige Bonifatius. Opmerkelijk is dat Schalkwijk helemaal geen Bonifatiustraditie heeft; het zou dus een persoonlijke noot van de maker dan wel de pastoor kunnen zijn. Verder zijn er op de trappalen twee zittende figuren aangebracht, links een slapende figuur, rechts een die zijn oren dichthoudt. De predikant krijgt zo te zien dat hij niet te hoge verwachtingen van zijn publiek moet hebben! Leuk is het detail, dat het jaartal '1884' op een aparte manier in het hout is aangebracht: een niet afgemaakte, halve '8' als laatste cijfer.

Je vindt de 14 kruiswegstaties ook van grote waarde?

Iedere katholieke kerk heeft kruiswegstaties hangen. Ze zijn een verbeelding van het lijdensverhaal en geven de gelovige een concrete voorstelling van hoe het 2000 jaar geleden gegaan zou kunnen zijn. Het bijzondere, zelfs unieke van deze staties is dat ze gemaakt zijn door de man die tevens de gebrandschilderde ramen heeft gemaakt. Je zou kunnen zeggen dat het vak van glazenier een heel andere ambacht is als dat van kunstschilder; dit gold echter niet voor Heinrich Geuer, die leefde van 1841 tot 1904. Ook hij stond in de traditie van de Nederrijn.

Op de ramen van het middenschip staan Utrechtse bisschoppen afgebeeld. Opmerkelijk is dat een raam in 1901 gewijd is aan de heilige Martelaren van Gorkum, die vlak te voren heilig verklaard waren. Opnieuw een teken van de katholieke emancipatie in die dagen.

De grote ramen van het middenschip hebben soms een merkwaardige opbouw. De structuren lijken niet altijd te kloppen, wat volgens mij verklaard kan worden uit het feit dat in tijden van geldgebrek er in de ateliers vooruit gewerkt werd om een opdracht vlot te kunnen uitvoeren tegen de tijd dat er weer geld vrijkwam. Op het moment van de definitieve plaatsing kwamen er dan "gebreken" aan het licht die nogal pragmatisch werden opgelost.

Dit kom je ook tegen in het Christoffelraam boven de noordelijke zijuitgang. Het is geen geheel; toch is Christoffel voor de gelovige belangrijk. Hij is de leidsman van het leven dat weer aanvangt nadat de heilige mis is afgelopen.

Een paar laatste details?

We lopen nog even de dagkapel binnen. Daar staat het devotiebeeldje van 'Maria van Schalkwijk', dat uit de 14e eeuw dateert; dit is wetenschappelijk vastgesteld. Voordat het in onze kerk stond, had het een plaats in de kapel van het zusterklooster in Schalkwijk van de orde van J.M.J. Er is een volkslegende aan gekoppeld, die historisch gezien niet te achterhalen is. De ramen van de dagkapel zijn van latere datum, 1939.

Iets anders zijn de rode wijdingskruizen op muren en pilaren; het zijn er in totaal 12. Ze zijn geschilderd op de plaatsen waar men op 10 juni 1879 het gebouw gezalfd heeft met gewijde zalf.

Piet, hoe kijk je tegen de toekomstige restauratie aan?

ÖÖ(een korte stilte) Het is een langdurig proces van al weer 40 jaar! De paraplufase ligt alweer een tijd achter ons, het gebouw is zo goed als waterdicht. Nu is de binnenkant aan de beurt, en dat wordt een gigantische klus, al wordt volgens mij binnenkort wel de aftrap gegeven.

Piet, je komt al je hele leven hier in de kerk. Je moet een geweldige binding met dit gebouw hebben!

Ik begon als misdienaar in een periode waarin de geloofsbeleving veel statischer was. Nu is het veel warmer geworden. Dit gebouw is symbool van een geloofsgemeenschap, waar je mensen kunt ontmoeten. Al die vrijwilligers, het is hartverwarmend!

Het kerkgebouw zelf vind ik imponerend. Bij binnenkomst is er het oprijzende gebaar van het interieur: omhoog naarÖ..Het kan je in een stemming brengen die te maken heeft met het mysterie van het leven en het gebouw draagt voor mij bij aan die beleving. Uniek is de veelheid aan beelden, je kunt je op verschillende manieren laten uitnodigen tot een beleving van je geloof.

« VorigeContactLinksNaar Boven

Deze site is gemaakt door www.KerkWeb.com